Klik hieronder op het gewenste tabblad. Veel leesgenot en aarzel niet voor een reactie in het contacttabblad!

Botanische nomenclatuur: Aloë arborescens
Nederlandse naam: Krantz Aloë
Familie:aceae

Beschrijving

Een grote, stammende, bossige, vertakte Aloë tot ongeveer 3 m hoog met brede, groene of blauwachtige bladeren en oranjerode of zeer zelden gele bloemen. Het is inheems in een verscheidenheid aan habitats, van de Kaap in het noordoosten van Zuid-Afrika tot Mozambique, Zimbabwe en Malawi, van laag tot hoog. Behalve dat het een gemakkelijk te kweken sierplant is voor tropische en warme gematigde klimaten in USDA-zones 9 tot 11, heeft het geneeskrachtige eigenschappen vergelijkbaar met Aloë vera en wordt het gebruikt bij de behandeling van kanker.

Wilacacia langs het kanaal (afbeelding 21 maart 2025 Lomas de Campoamor)

Wilgacacia (afbeelding 21 maart 2025 Lomas de Campoamor)

Acacia saligna

De Wilgacacia is een snelgroeiende, droogteresistente boom uit west-Australië die over de hele wereld is aangeplant, met name in droge gebieden. De soort doet er dienst als sier- en straatboom, of als voedergewas, brandhout, windscherm... In diverse streken, zoals in Spanje en Portugal, gedraagt Wilgacacia zich invasief in biologisch waardevolle gebieden. De plant vertoont een snelle groei en kan zich makkelijk via zaad verspreiden.

Wilgacacia (Acacia saligna) is een groenblijvende struik of kleine boom die tot zes meter hoog kan worden. De meerstammige, dichte struiken zijn meestal breder dan de plant hoog is. De bast is glad en grijs tot roodbruin op de jongere takken en wordt met de jaren donkerder grijs. De bladeren zijn donkergroen tot blauwgroen, lancetvormig (8-25 cm lang) met opvallende hoofdnerven. In Europa bloeit de plant in de periode van maart tot en met mei. De bloeiwijze is trosvormig en de bloemhoofdjes zijn bolvormig en heldergeel van kleur. De peulen zijn smal (8-12 cm lang) met een golvend oppervlak. De zaden zijn donkerbruin tot zwart en glanzend. De plant produceert veel zaden die tientallen jaren kiemkrachtig kunnen blijven.

De soort is aangeplant voor o.a. herbebossing en het tegengaan van verstuiving in duingebieden, maar ook als sier- en straatboom, als voedergewas of voor brandhout. De snelle groei en de grote hoeveelheden zaden maakt dat deze soort zich snel kan verspreiden.

Wilgacacia is een snelle groeier die dichte begroeiingen kan vormen waardoor andere plantensoorten worden verdrongen. De plant produceert veel zaden die lang (tientallen jaren) kiemkrachtig blijven en bestand zijn tegen hitte. Kieming van de zaden wordt gestimuleerd door hitte en/of rook. Na een natuurbrand loopt de plant weer uit en kiemen de zaden. Hierdoor heeft de plant een concurrentievoordeel ten opzichte van veel inheemse soorten. Wilgacacia kan zich ook vegetatief vermeerderen door worteluitlopers waardoor rond een boom een dichte begroeiing kan ontstaan.

Wilgacacia (Acacia saligna) staat op de Unie-lijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Dat betekent dat er een Europees verbod van kracht is op bezit, handel, kweek, transport en import van de soort. Daarnaast geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. En als dat niet lukt, om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Wanneer Wilgacacia in een (botanische) tuin staat, mag hij blijven staan, maar de plant mag zich niet vermeerderen en verspreiden naar de omgeving.

(afbeelding 21 maart 2025 Lomas de Campoamor langs het kanaal)

De knikkende klaverzuring (Oxalis pes-caprae)[1] is een plant uit de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae). Het is een invasieve soort die zich in tal van landen heeft weten te vestigen.

Het is een overblijvende, 5-15 cm hoge, bladrozetvormende plant met onderaardse broedknolletjes aan een breekbare wortel. De bladeren zijn klaverbladachtig, langgesteeld en staan met twintig stuks in een rozet. De blaadjes zijn omgekeerd-hartvormig en diep uitgerand.

De plant bloeit van december tot mei. De bloemen groeien met zes tot twaalf stuks in bloemschermen. De bloemkroon is trechtervormig. De vijf kroonbladeren zijn 1,5–2 cm lang en citroengeel. In het midden van de bloem steken de stijl en de meeldraden uit.

De soort vertoont heterostylie: er bestaan drie vormen van, die zich niet geslachtelijk kunnen vermeerderen door bevruchting met dezelfde vorm. Als in een bepaald gebied maar een vorm voorkomt, is alleen vegetatieve vermeerdering door middel van broedknolletjes mogelijk. De doosvruchten worden dan niet gevormd.

De knikkende klaverzuring komt van nature voor in Zuid-Afrika. Nu is hij te vinden in het hele Middellandse Zeegebied, de Canarische Eilanden en Frankrijk.

De knikkende klaverzuring heeft een voorkeur voor warme, lichte bodems. Vaak is de soort massaal aanwezig op akkers en in boomgaarden, in het bijzonder als er wat schaduw van bomen is, zoals in citrus- en olijfgaarden. Op verlaten landbouwgrond neemt het aantal af, maar desondanks kan de soort er nog jaren aanwezig blijven.

De knikkende klaverzuring is een invasieve soort die de plaatselijke (in het Middellandse Zeegebied vaak endemischevegetatie kan verdringen. In matige hoeveelheden is de soort goed eetbaar, maar hij bevat veel oxaalzuur en is schadelijk voor vee. Van Sardinië en Menorca zijn gevallen bekend waarin er aanmerkelijke aantallen dieren zijn gestorven. Eenmaal gevestigd is de plant nauwelijks meer uit te roeien.

(afbeelding 21 maart 2025 Lomas de Campoamor in een voortuin van het golfresort)

De Spaanse margriet (Osteospermum ecklonis, basioniem: Dimorphotheca ecklonis) is een uit Zuid-Afrika afkomstige plant, die in Nederland als eenjarige tuinplant wordt verkocht. Het geslacht Osteospermum omvat meer soorten en behoort tot de composietenfamilie.

De bloemen zijn wisselend van kleur, variërend van (crème)wit, geel, roze, oranje naar paars. Ook de vorm van de bloemen varieert. 

De Spaanse margriet is eigenlijk een vaste plant. De basis van de stam kan verhouten. De plant kan bij optimale omstandigheden 1 meter hoog worden, maar blijft vaak veel lager.

De plant zou blauwzuur bevatten waardoor deze giftig is voor vee.

De Spaanse margriet wordt ook wel veldster of Kaapse margriet genoemd, en in het Afrikaans jakkalsbos, Vanstadensrivier madeliefie of Sondagsrivier madeliefie.